Ga terug naar overzicht Studeren

Examens

Examens zijn voor veel studenten stressvolle gebeurtenissen. Zowel voor, tijdens als na een examen, kan stress hoog oplopen. Als je op voorhand weet waaraan je je kan verwachten, kan je je hier beter op voorbereiden.

Vóór het examen

  • Een goede voorbereiding is cruciaal. Als je de leerstof goed kent, begin je met een geruster gevoel aan je examen.
  • Soms zeggen studenten tegen elkaar dat ze niet veel gaan studeren / niet veel gestudeerd hebben voor een bepaald examen. Vaak minimaliseren ze wat ze doen, enerzijds omdat ze niet graag toegeven dat ze hard gaan studeren (want dat is niet zo stoer), anderzijds omdat ze elkaar op die manier een beetje geruststellen. Laat je niet te hard leiden door wat andere studenten zeggen dat ze doen, maar probeer zelf in te schatten hoeveel tijd je nodig hebt om je voor te bereiden op een examen. Overhoor jezelf om na te gaan of je de leerstof voldoende kent.
  • Voorbeeldvragen zijn handig om een idee te kunnen vormen van het soort vragen dat gesteld zal worden. Vaak geven docenten zelf enkele voorbeeldvragen op het einde van de lessenreeks. Indien dit niet het geval is, kan je zelf (bv. via e-mail) vriendelijk aan de docent vragen of het mogelijk zou zijn om enkele voorbeeldexamenvragen te kunnen bekijken. Probeer deze op te lossen nadat je de leerstof gestudeerd hebt, zonder je cursus te gebruiken, alsof het een echt examen is. Verbeter daarna je antwoord met je cursus erbij. Wees kritisch voor jezelf: zijn er bepaalde delen van de leerstof die je nog niet goed kent of nog eens moet herhalen?
  • Soms circuleren er examenvragen van vorige jaren. Studenten van vorige jaren herinneren zich soms nog welke vragen gesteld werden. Via studentengroepen op Facebook of via de studentenkringen kan je soms ook aan vorige examenvragen geraken. Het is een goed idee om deze te proberen oplossen om te testen of je de leerstof kent en om je voor te bereiden op het type vragen dat op het examen gesteld zal worden. Ga er niet van uit dat dezelfde vragen opnieuw zullen gesteld worden. Meestal worden elk jaar nieuwe examenvragen opgesteld. Soms lijken de vragen op elkaar, maar worden kleine details veranderd. Zorg dus dat je de vraag altijd heel grondig leest.
  • Slaap voldoende in de nacht voor het examen.
  • Eet gezond tijdens de examens.De gewoonlijke dagindeling valt weg, dus vergeet niet om maaltijden in de plannen.
  • Studenten zijn vaak zenuwachtig tijdens de uren voor een examen. Dikwijls zitten ze nog koortsachtig door hun cursussen te bladeren of elkaar te ondervragen net voor de start van het examen. Besef dat je medestudenten hierdoor anders kunnen reageren dan normaal en probeer je niet te laten opjagen door het gedrag van je medestudenten. Doe waar jij je het beste bij voelt (bv. met rustige studenten praten, je afzonderen, …).
  • Controleer de dag vóór het examen nog eens in welk lokaal het examen zal plaatsvinden. Soms veranderen lokalen nog tijdens de examenperiode.
  • Je kan bepaalde faciliteiten of hulpmiddelen aanvragen voor je examens. Vaak moet je dit doen voor een bepaalde datum. Als de faciliteiten worden toegekend, wordt er uitgelegd wat je precies moet doen en hoe je deze moet gebruiken.

Wat moet je meenemen naar een examen?

  • Neem (als het mag) wat water en een tussendoortje mee. Examens kunnen lang duren en dan is het vaak prettig als je tijdens het examens wat kunt drinken en iets kunt eten. Zorg er wel voor dat je geen etenswaren of verpakkingen meeneemt die veel geluid maken of stinken, waarmee je medestudenten zou kunnen storen.
  • Neem je studentenkaart mee.
  • Neem schrijfgerief mee (o.a. pen, potlood, tipp-ex, markeerstift, latje)
  • Neem eventueel extra materiaal mee als dat nodig is (rekenmachine, woordenboek, handboek bij een open boek examen).
  • Neem een pakje zakdoeken mee naar het examen. Als je verkouden bent en de hele tijd zit te sniffen omdat je geen zakdoek bij hebt, stoor je medestudenten.
  • Neem een horloge of klokje mee (dat niet te hard tikt)

Hier kan je een handig lijstje vinden met wat je allemaal moet meenemen naar het examen.

Tijdens het examen

  • Ga vlak vóór het examen nog even naar het toilet.
  • Als je recht hebt op bepaalde faciliteiten of hulpmiddelen (bv. meer tijd), kan je dit indien nodig even melden aan de docent voor het examen aanvangt. Bijvoorbeeld bij het binnengaan van het examenlokaal.
  • Schakel je GSM uit en steek hem in je tas.
  • Schrijf op elk blad van het examen je naam.
  • Bekijk eerst heel het examen. Hoeveel vragen zijn er? Zijn er korte en lange vragen? Maak een inschatting van hoeveel tijd je voor elke vraag nodig zult hebben. Houd daarbij ook rekening met de puntenverdeling (als je die kent). Aan vragen die voor meer punten tellen, zal je waarschijnlijk meer tijd besteden.
  • Weet goed hoeveel tijd je hebt voor je examen en verdeel de tijd zo over de vragen (in je hoofd of noteer het in potlood bij de vraag). Probeer deze inschatting op enkele minuten te maken zodat je er op zich ook niet teveel tijd mee verliest.
  • Houd de tijd tijdens het examen goed in de gaten.
  • Lees de vragen aandachtig alvorens ze te beantwoorden. Duid eventueel belangrijke woorden aan. Op een kladblad kun je kernwoorden schrijven die je in je antwoord wilt verwerken of een schema maken van hoe je de vraag zult beantwoorden.
  • Schrijf leesbaar. Eventueel kan je kernwoorden onderlijnen.
  • Weid niet te ver uit bij het beantwoorden van een vraag.
  • Als je het antwoord op een vraag niet meteen weet, blijf er dan niet op hangen. Duid de vraag aan (bv. met een klein kruisje in potlood in de kantlijn) en ga door naar de volgende vraag. Als je op het einde nog tijd over hebt, ga dan terug naar de vragen die je hebt aangeduid en probeer ze dan op te lossen.
  • Panikeer niet als je een vraag niet kunt oplossen. Het is normaal dat je niet meteen kunt antwoorden op alle vragen. Denk rustig na en probeer de vraag te linken aan wat je gestudeerd hebt.
  • Maak niet eerst alle vragen volledig uitgewerkt in het klad. Daar heb je meestal geen tijd voor.
  • Kijk je examen goed na. Heb je alle vragen beantwoord? Staan er geen taalfouten in? Zijn je antwoorden leesbaar? Staat je naam overal op?
  • Als je een vraag hebt tijdens het examen, steek dan je hand op en wacht tot de docent of een supervisor naar je toe komt. Stel dan op fluistertoon je vraag. Het zou kunnen dat de docent of supervisor je vraag niet wil of kan beantwoorden. Ga dan door met het afleggen van de rest van je examen. Soms antwoordt de supervisor dat je de vraag nog eens goed moet herlezen. Dit betekent meestal dat het antwoord op je vraag expliciet of impliciet in de examenvraag staat en dat je een detail gemist hebt of de vraag anders moet interpreteren dan je dacht.
  • Als je een vraag niet helemaal kunt beantwoorden, schrijf dan toch op wat je wel weet. Soms krijg je een deel van de punten als je een deel van de vraag juist hebt opgelost.
  • Schrijf voldoende informatie om aan te tonen dat jij de leerstof kent. Laat geen informatie weg omdat je denkt dat je leerkracht het al wel weet of omdat je denkt dat je leerkracht wel zal weten dat jij het kent. Blijf anderzijds wel beknopt en noteer enkel relevante informatie. Als je te veel informatie schrijft uit verkeerde delen van de cursus, lijkt het alsof je de vraag niet begrijpt.
  • Als je naar het toilet moet gaan, steek dan je hand op en wacht tot iemand van de supervisoren bij je komt. Vraag dan op fluistertoon of je naar het toilet mag gaan. Ga zo stil mogelijk naar buiten zodat je de andere studenten niet stoort.
  • Meestal wordt er een signaal gegeven of werd er een bepaald uur afgesproken vanaf wanneer je kan indienen. Je mag dan gerust nog doorwerken tot het afgesproken einduur. Laat je niet opjagen als medestudenten al beginnen af te geven.

Na het examen

  • Als je je examen hebt afgelegd, pieker dan niet te veel over hoe het gegaan is. Je kan er op dat moment toch niets meer aan veranderen. Probeer je energie vooral in de volgende examens te steken.
  • Als je voldoende tijd hebt tussen twee examens, mag je gerust even ontspannen of uitrusten vooraleer je voor het volgende vak begint te studeren. Neem even vrij nadat je een examen hebt gehad en ga iets leuks doen.
  • Na afloop van de examens krijg je meestal de mogelijkheid om je examens in te kijken. Als je een minder goed of onverwacht resultaat hebt, is het een goed idee om dit te doen. Zo kun je leren uit je fouten en vragen stellen als je niet begrijpt waarom je antwoord niet goed was.

Soorten examens

In het hoger onderwijs zijn examens de meest voorkomende evaluatievorm. Er zijn verschillende soorten examens die elk een specifieke aanpak vragen. Het is belangrijk om je op voorhand goed te informeren over welk soort examen je voor elk vak zult moeten afleggen, zodat je je hierop kunt voorbereiden.

  • SCHRIFTELIJKE EXAMENS
    • Open vragen: op open vragen wordt verwacht dat je een antwoord van enkele woorden of zinnen geeft waarin je duidelijk, gestructureerd antwoordt op de vraag. Het kan gaan om een definitie, een voorbeeld, een oefening, … Lees aandachtig de instructie en de vraag. Soms wordt een limiet gegeven van hoeveel je mag schrijven (bv. een aantal regels of woorden). Houd je daar dan aan! Soms krijg je heel veel ruimte om je antwoord op te schrijven. Het is niet altijd nodig om deze ruimte helemaal te vullen. Het geven van irrelevante extra informatie kan een goed antwoord slechter maken. Schrijf echter ook niet te weinig op, je moet wel aantonen dat je de leerstof beheerst. Meestal is de lengte die de docenten als maximum opgeven ongeveer wat ze verwachten van een antwoord qua lengte. Als je een klein beetje onder de opgegeven lengte blijft, is het meestal goed.
    • Essayvragen: bij essayvragen schrijf je een langer antwoord, meestal van enkele alinea’s. Hiermee toon je een grondig begrip van de leerstof. Meestal moet je verbanden leggen, een toepassing geven, argumenteren,… Belangrijk hierbij is dat je een goed gestructureerd antwoord geeft. Een tip is om op voorhand een kort schema te maken op een kladblad van wat je wil schrijven. Zorg voor een inleiding, middengedeelte en slot. Probeer vooral de hoofdzaken over te brengen en verlies je niet in details (meer informatie hierover vind je bij studiemethode - samenvatten). Lees je antwoord nog eens na als je achteraf nog tijd hebt en onderlijn dan met een potlood en meetlat de kernwoorden van je antwoord.
    • Meerkeuzevragen: bij meerkeuzevragen krijg je telkens een vraag met daaronder enkele antwoordmogelijkheden (meestal 4 of 5) waaruit jij het juiste of beste antwoord moet kiezen. Het lijkt misschien gemakkelijk om dit soort vragen op te lossen, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Dikwijls is het voor dit soort vragen belangrijk om de leerstof heel goed en tot in detail te kennen om uit de kleine nuances tussen de antwoordmogelijkheden te kunnen kiezen. Hierbij is het belangrijk dat je niet impulsief een antwoord aanduidt, maar alle antwoorden bekijkt en de andere mogelijkheden kunt uitsluiten. Lees aandachtig de vraag, want soms wordt gevraagd naar het enige foute antwoord of naar het meest juiste antwoord (tussen andere antwoorden die ook voor een deel juist zijn).
      Meerkeuzevragen worden dikwijls verbeterd met giscorrectie. Dit betekent dat er punten worden afgetrokken voor foute antwoorden. Als je een vraag onbeantwoord laat, krijg je geen punten maar verlies je er ook geen. Zeker bij examens met giscorrectie is het belangrijk om niet te veel te gokken en vragen open te laten als je niet zeker genoeg bent van het juiste antwoord. Bij meerkeuzevragen zonder giscorrectie vul je best alle vragen in.
      Meestal moet je je antwoorden overbrengen op een antwoordformulier waar alleen de nummers van de vragen op staan en je telkens een bolletje moet kleuren voor het juiste antwoord. Tijdens het examen los je de vragen best op in de vragenbundel. Op het einde breng je dan de antwoorden over op het antwoordformulier. Zorg dat je hier voldoende tijd voor voorziet. Doe dit zorgvuldig en lees de instructies voor het invullen van het formulier goed door voor je eraan begint.
    • Openboekexamen: bij openboekexamens mag je tijdens het examen (een deel van) je studiemateriaal meenemen. Bij deze examens is het minder belangrijk dat je de leerstof letterlijk kunt reproduceren, maar meer dat je verbanden kunt leggen, toepassingen kunt bedenken, … Toch betekent het niet dat je de leerstof niet moet kennen. Het is belangrijk dat je de essentie van de leerstof kent en dat je alles begrijpt. Het is ook belangrijk dat je weet waar alles staat in je cursus. Daarom zorg je er best voor dat je studiemateriaal heel goed georganiseerd is en dat je een overzicht hebt (inhoudstabel) van de leerstof. Zo kun je op het examen snel de dingen opzoeken die je nodig hebt om een vraag te kunnen beantwoorden. Voor je antwoorden is het niet de bedoeling dat je delen uit je studiemateriaal letterlijk overschrijft. Je moet aantonen dat je de leerstof begrijpt en kunt verwerken en daarom formuleer je je antwoorden best door verschillende delen uit de cursus te gebruiken en/of door meer te antwoorden in je eigen woorden.
  • MONDELINGE EXAMENS
    • Bij een mondeling examen bespreek je de antwoorden op de examenvragen met de docent in een gesprek. Meestal krijg je een klein aantal open vragen waarop je een uitgebreid antwoord zult moeten geven. Op voorhand krijg je meestal (niet altijd) beperkte tijd om je antwoorden schriftelijk voor te bereiden. Daarbij schrijf je niet alles wat je wil zeggen letterlijk op, maar maak je best een schema met kernwoorden. De mondelinge bespreking bij de docent is belangrijker dan je schriftelijke voorbereiding. Tijdens het gesprek mag je je antwoord uitleggen. Dikwijls zal de docent nog bijvragen stellen. Panikeer niet als je daarop niet (meteen) kunt antwoorden! Je mag best wat bedenktijd nemen. De bijvragen kunnen je helpen om je antwoord te verduidelijken. Soms stelt een docent ook bijvragen om te testen of je de leerstof extra goed beheerst, maar was je antwoord op zich al voldoende.
    • Bij mondelinge examens is het belangrijker dan bij schriftelijke examens dat je let op je kledij en houding. Doe verzorgde kledij aan waarin je je comfortabel voelt. In sommige faculteiten is het de gewoonte dat jongens een kostuum aandoen bij een mondeling examen. Je kunt best eens op voorhand aan iemand die je vertrouwt (bv. contactpersoon, medestudenten, Gon-begeleider) vragen wat je best aandoet. Tijdens het examen neem je best een rustige, vriendelijke, zelfzekere houding aan. Probeer regelmatig oogcontact te maken met de docent en glimlach af en toe.

Tips & tricks

Denk eraan dat de meeste mensen overdrijven over hoe weinig ze studeren.

Marc Segar
(uit Coping: a Survival Guide for People with Asperger Syndrome)